Noodverlichting

Noodverlichting is verlichting die automatisch inschakelt wanneer de gewone stroom uitvalt. Ze zorgt ervoor dat mensen een gebouw veilig en rustig kunnen verlaten. Daarom is noodverlichting verplicht in openbare gebouwen (zoals scholen, winkels en ziekenhuizen) en in bedrijven.
Wanneer het plots donker wordt in een groot gebouw, kunnen mensen in paniek raken. Noodverlichting voorkomt dit door vluchtwegen zichtbaar te maken en gevaarlijke situaties te vermijden.
Soorten noodverlichting
Er bestaan twee belangrijke vormen.
- Vervangingsverlichting: neemt de normale verlichting over zodat het werk kan doorgaan.
- Noodevacuatieverlichting: helpt mensen om het gebouw veilig te verlaten. Deze vorm komt het vaakst voor.
Noodevacuatieverlichting bestaat uit:
- vluchtrouteaanduiding: groene pictogrammen die de richting naar de nooduitgang tonen;
- vluchtrouteverlichting: verlicht gangen, trappen en deuren;
- antipaniekverlichting: zorgt voor voldoende licht in open ruimtes waar geen duidelijke vluchtroutes zijn, om paniek te voorkomen;
- verlichting van gevaarlijke werkplekken: zorgt ervoor dat gevaarlijke werkzaamheden veilig kunnen worden beëindigd, zoals bijvoorbeeld het veilig stil leggen van machines.
Het noodverlichtingsplan
Een goede installatie start met een noodverlichtingsplan. Daarop staan:
- de indeling van het gebouw;
- de vluchtroutes en nooduitgangen;
- plaatsen met extra risico.
Zo weet men waar en welk type noodverlichting nodig is.

Technische uitvoering
Vandaag wordt noodverlichting bijna altijd uitgevoerd met ledlampen. Die zijn zuinig, betrouwbaar en gaan lang mee. De lampen moeten onmiddellijk aan gaan bij stroomuitval en binnen de 5 seconden moet 50% van het vereiste noodlichtniveau bereikt zijn, en binnen de 60 seconden 100% van het vereiste noodlichtniveau. De spanning hiervoor wordt geleverd door een ingebouwde batterij, of een centrale batterij.
De wettelijke vereiste is een autonomie van 1 uur, maar die kan in sommige gevallen ook 2 uur of 3 uur bedragen. Bij werkplekken met een verhoogd risico moeten de lampen meteen op volle kracht branden en aan veel hogere lux waarden voldoen.
- Binnen 5 seconden: 50% van de noodverlichting moet branden.
- Binnen 60 seconden: 100% van de noodverlichting moet branden.
Bij werkplekken met een verhoogd risico moeten de lampen branden binnen 0,5 seconden.
Controle en onderhoud
Noodverlichting moet regelmatig getest worden. Vaak doen armaturen dit automatisch en geven ze een signaal bij een probleem. Zo blijft de installatie veilig en betrouwbaar. Regelmatig testen van de noodverlichting is verplicht.
