Een lichtplan opstellen

Een lichtplan is een plan waarin je vastlegt waar en welk licht je in een ruimte nodig hebt. Zo zorg je ervoor dat een ruimte niet alleen mooi oogt, maar ook veilig en functioneel is. Zo voorkomt een goed lichtplan donkere hoeken en verblinding.
Waarmee rekening houden?
In een lichtplan hou je rekening met:
- de functie van de ruimte (werken, ontspannen, eten …);
- de indeling en meubels;
- het natuurlijke daglicht;
- en het soort verlichting dat nodig is.
Drie soorten verlichting
In een lichtplan combineer je meestal drie soorten verlichting.
- Hoofdverlichting: zorgt voor het algemene licht en maakt het mogelijk om je veilig te verplaatsen. Dit kan een plafondlamp of meerdere spots zijn.
- Werkverlichting: is extra licht op plaatsen waar je nauwkeurig werkt of leest, zoals aan een bureau of werkblad.
- Sfeerverlichting: gebruik je om een ruimte gezelliger te maken en accenten te leggen, bijvoorbeeld met wandlampen, ledstrips of een staande lamp.

Hoeveel licht heb je nodig?
Niet elke ruimte heeft evenveel licht nodig. De hoeveelheid licht drukken we uit in lux. Zo is er voor een keukenwerkblad 300 - 500 lux nodig, terwijl in de woonkamer 100 - 150 lux voldoende is.
Let erop dat koude lichtkleuren (4.000 K of meer) geschikter zijn voor werkzones, warme kleuren (2.700 - 3.000 K) creëren gezelligheid in leefruimtes.
Ook de kleurweergave-index (CRI of Ra) is belangrijk. Hoe hoger deze waarde, hoe natuurlijker kleuren eruitzien. Voor woonruimtes wordt een CRI van minimaal 80 aanbevolen. In keukens, badkamers, winkels of andere ruimtes waar een correcte kleurwaarneming belangrijk is, kies je bij voorkeur voor een CRI van 90 of hoger.
Lichtplan en elektriciteitsplan
Bij nieuwbouw of een grondige renovatie wordt het lichtplan samen met het elektriciteitsplan opgesteld. Zo bepaal je waar lichtpunten, schakelaars en stopcontacten komen. Bij kleinere renovaties werk je vaak met bestaande aansluitingen en gebruik je opbouwlampen of losse armaturen.
Professioneel lichtplan
Een professioneel lichtplan gebeurt op basis van berekeningen en toont aan dat:
- de verlichtingssterkte (lux) voldoet per ruimte en functie;
- de uniformiteit binnen de ruimte voldoende is;
- verblinding (UGR) binnen de norm blijft;
- de kleurweergave (CRI/Ra) geschikt is voor de functie;
- de kleurtemperatuur (CCT) passend is bij gebruik en comfort;
- eventuele veiligheids- en noodverlichting correct is meegenomen;
- berekeningen zijn uitgevoerd volgens erkende normen.
Dit gebeurt altijd onderbouwd met lichtberekeningen zoals bijvoorbeeld Dialux / Relux.