"Tijd dat we kwalitatief energieadvies meer naar waarde schatten"
“Installateurs die hun werk goed willen doen, worden vandaag benadeeld”
“Warmtepompen en kleinschalige warmtenetten zullen de hoofdrol spelen in de energietransitie”, stelt Glenn Reynders, innovatiemanager bij KU Leuven/EnergyVille. “Maar voor maximaal comfort en rendement zijn een correcte dimensionering, inregeling en slimme sturing wel essentieel. Helaas worden installateurs die hierin het verschil willen maken vaak nog weggeconcurreerd door goedkopere, minder kwalitatieve offertes. Als gebouweigenaars vooraf beter energieadvies zouden krijgen, dan zouden ze beseffen dat die kleine meerinvestering op termijn wel een veelvoud oplevert.”
“Warmtepomp is meest performante technologie die we kennen”
Glenn Reynders, bouwkundig ingenieur van opleiding, volgt als innovatiemanager bij KU Leuven/EnergyVille het onderzoek naar thermische systemen en energiemarkten van nabij op. Hij slaat de brug tussen onderzoek en industrie: enerzijds helpt hij onderzoeksresultaten hun weg naar de markt te vinden, anderzijds brengt hij vragen uit de praktijk terug naar de onderzoekers.
Zijn expertise bouwde hij de voorbije vijftien jaar op rond warmtepompen, slimme energiesturing en de elektriciteitsmarkt. Later kwam daar ook onderzoek naar warmtenetten en collectieve warmtevoorziening bij.
“Voor de temperaturen die in residentiële toepassingen nodig zijn, is de warmtepomp vandaag de meest performante technologie die we kennen”, aldus Glenn Reynders. “De sector heeft de afgelopen tien jaar bovendien enorme sprongen gemaakt. Met natuurlijke koudemiddelen zijn hogere temperaturen nu ook haalbaar, waardoor de warmtepomp perfect werkt in zowel nieuwbouw als renovatie.”
Reynders ziet weinig alternatieven. “Van hybride warmtepompen weten we dat ze op termijn uitgefaseerd worden als we volledig afstappen van fossiel gas. En pelletketels? Die zijn vandaag weliswaar erg populair, maar het is moeilijk in te schatten hoe beschikbaar pellets richting 2050 nog zullen zijn.”
“Warmtenetten zullen belangrijke, aanvullende rol spelen”
Behalve individuele warmtepompen, worden ook collectieve oplossingen belangrijk. Zeker in de stad. "Buiten de stad zal de voorkeur meestal naar een eigen warmtepomp gaan, maar in de stad vormen warmtenetten, zeker de kleinschalige, een slimme aanvulling."
“Uit onze berekeningen blijkt wel dat het verschil tussen een individuele warmtepomp en een collectieve oplossing economisch meestal beperkt is. Het één is niet per se veel goedkoper dan het ander. Ok, in een collectief systeem kun je centrale opwekkers vaak compacter dimensioneren dan de som van alle losse units samen, maar de keerzijde is wel dat je leidingen nodig hebt om de warmte te transporteren en dat er overal aansluitunits moeten komen.”
“Zomaar een reusachtige, centrale warmtepomp neerzetten om een hele wijk via een warmtenet te verwarmen en koelen, lijkt met dan ook weinig effectief. Je krijgt daarbovenop namelijk ook nog eens te maken met transmissieverliezen en extra complexiteit, wat je bij individuele oplossingen niet hebt.”
“Een warmtenet is volgens mij de uitkomst in situaties waar een individuele warmtepomp geen optie is. Denk aan krappe binnensteden met smalle gevels en zonder tuin. Daarnaast heeft een warmtenet ook een grote meerwaarde als je er bronnen mee kan ontsluiten die voor een individu niet toegankelijk zijn. Ik denk aan stadsgeothermie, aquathermie of riothermie.”

“Nemen we de energietransitie au sérieux?”
Op dit moment staan warmtenetten in België nog in hun kinderschoenen. “Hoewel iedereen het potentieel ervan erkent, krijgen we projecten maar moeizaam van de grond. Er is een gebrek aan expertise, er is geen stimulerend regelgevend kader en bijgevolg een grote investeringsonzekerheid.”
“Nochtans zien we dat steden en gemeenten de kansen van warmtenetten met beide handen willen grijpen, maar ze botsen vandaag nog op te veel beperkingen en kijken daarom steeds vaker naar hogere overheden opdat zij structureel iets zouden veranderen.”
“Er is met andere woorden dringend een maatschappelijk debat nodig over hoe we de warmtevoorziening in onze steden zien en welke rol warmtenetten daarin moeten krijgen. Als we de energietransitie au sérieux nemen, zijn warmtenetten op sommige plaatsen gewoon onmisbaar.”
“De vraag is dan hoe we ze zullen uitrollen. Doen we dat programmatisch, vanuit de overheid of intercommunales, zoals destijds met elektriciteit? Of blijven we project per project evalueren en investeren? Zelf zie ik het liefst een combinatie van beide om de snelheid te maken die de energietransitie vraagt, maar met voldoende aandacht voor lokale opportuniteiten.”
Systeemintegratie en slimme sturing sleutel tot succes
Wie flexibel energie wil gebruiken (en ook wil produceren), kan niet om slimme sturing heen. “Alleen zo haal je de hoogste efficiëntie uit een warmtepomp, houd je de energiefactuur laag en wordt de bewoner of gebouwbeheerder volledig ontzorgd."
“Het is hét onmisbare element voor een toekomstbestendige woning en het absolute stokpaardje van onze onderzoeksgroepen. Wij doen onderzoek naar het optimale ontwerp en de beste aansturing van warmtepompen. Ons doel is daarbij niet alleen om de warmtepompen maximaal te laten presteren, maar we willen ze tegelijk ook laten bijdragen aan het groter plaatje: namelijk de balans houden op het elektriciteitsnet.”
“Voor kleinere woningen is het vandaag veelal het interessantst om gewoon de oplossingen van de fabrikant te gebruiken. Moderne “thermostaten” zijn vaak al geconnecteerd en kunnen linken met de elektriciteitsprijs of een te hoog piekvermogen. Met 20% van de inspanning haal je zo al 80% van het resultaat. Een extra automatiseringslaag toevoegen, zoals een Home Energy Management System, is vaak nog duur en wordt pas interessant als je ook je zonnepanelen en elektrische auto mee betrekt. Kies je puur voor maximaal comfort en speelt het kostenplaatje geen rol? Dan zou ik zo'n energiemanagementsysteem natuurlijk wel altijd aanraden.”
Een extra automatiseringslaag toevoegen, zoals een Home Energy Management System, is vaak nog duur voor kleinere woningen en wordt pas interessant als je ook je zonnepanelen en elektrische auto mee betrekt
“In grotere gebouwen is de impact van slimme sturing nog groter. Geavanceerde regelaars kunnen de werking van de – vaak verschillende – warmtepompen afstemmen op factoren als de voorspelde warmtevraag, de elektriciteitsprijzen, de gebouwbezetting, de zoninstraling, de eigen zonneproductie en zelfs de laadbehoefte van het wagenpark. Daarmee kunnen de operationele kosten moeiteloos met 15 tot 20% terug worden gedrongen.”
“Bovendien kan een installatie met zo’n slimme regeling hetzelfde comfort leveren met minder vermogen, waardoor de volledige installatie een stuk compacter kan. Tel je de besparingen tijdens het ontwerp en de werking op, dan loopt het voordeel over de gehele levensduur op tot wel 30 à 70%. En daar zit voor ons de grote doorbraak: in de totaalaanpak van slimmer ontwerpen, integreren en aansturen van systemen.”
Nood aan iemand die de eindverantwoordelijkheid draagt
“Al blijkt de uitvoering in de praktijk niet altijd simpel. Enerzijds is er het gebrek aan standaardisatie. We proberen wel gebouwbeheersystemen met open standaarden te gebruiken, zoals BACnet, maar de interne regeling van de gekoppelde toestellen blijft een uitdaging. Hoe laat je een warmtepomp van merk A bijvoorbeeld vlot praten met een omvormer van merk B? Als systeemintegrator kruipt er nog ontzettend veel tijd en moeite in het op elkaar afstemmen van alle apparaten.”
“Daarbij komt ook door de versnipperde aanpak in een bouwproces: een studiebureau technieken ontwerpt de installatie, een installateur regeltechnieken programmeert de regeling, en een derde partij levert de hardware. Die sterke fragmentatie bij grotere gebouwen zorgt ervoor dat er op het vlak van sturing nog te vaak dingen mislopen. Om een idee te geven: Builtwins, een spin-off uit onze onderzoeksgroep die bestaande installaties optimaliseert, realiseert vaak 30 tot 40% besparing, het dubbele dus van de verwachte 15 tot 20% besparing. Puur door alle systeemfouten uit de regeling te halen. Niemand treft hier persoonlijk schuld; het is de complexiteit die fouten nu bijna onvermijdelijk maakt.”
“De oplossing? Zoals gezegd het verbeteren en standaardiseren van communicatieprotocollen, én daarbij iemand aanstellen die de eindverantwoordelijkheid draagt over de kwaliteit van de systeemintegratie.”
“Wij willen bijvoorbeeld in plaats van de vertrektemperatuur liever het compressorvermogen van warmtepompen slim aansturen, maar fabrikanten houden de boot af uit schrik voor garantiekwesties en veiligheidsrisico's. Dat zou anders kunnen, mochten we de verantwoordelijkheid zwart-op-wit bij iemand durven te leggen. Zo zouden we de potentie van slimme sturing nog meer kunnen benutten.”
De rol van de installateur in dit verhaal
En behalve de uitvoering, blijft ook het aan de man brengen van goed ingeregelde en slim gestuurde warmtepompen in de praktijk een moeilijke strijd voor installateurs. “We zitten vandaag in een markt waarin een woningeigenaar soms vijf tot tien installateurs aanschrijft voor een offerte”, legt Glenn Reynders uit. “En in de realiteit krijgt de goedkoopste heel vaak de opdracht.”
“Dat wringt, want een goed werkende warmtepomp is er eentje die correct gedimensioneerd en geïntegreerd is in de volledige installatie.” Het probleem begint volgens Reynders vaak al vroeg in het bouwproces. “Als de warmteverliesberekening gebeurt door de goedkoopste partij was die in het beste geval een kwartiertje in de woning heeft rondgelopen, bouw je je hele installatie op een wankele basis. Een foutloze, grondige analyse is nochtans zo noodzakelijk voor een offerte die echt klopt, maar kunnen we verwachten dat 10 installateurs die oefening gratis maken om 1 installatie te verkopen?”
Een pleidooi voor onafhankelijk energieadvies
“Vandaar mijn warm pleidooi voor een professionele tussenstap: eventueel een rol die de installateur kan opnemen of misschien de architect, die normaal gezien toch al over de overkoepelende view beschikt? We moeten mensen overtuigen om te investeren in een gedegen, technisch energieadvies vooraf. We moeten hen zo ver krijgen dat ze daar durven 1.000 of 1.500 euro voor op tafel te leggen. Pas dan krijg je een breder antwoord op de cruciale vragen: Wat is het exacte effect van een gevelrenovatie op je warmteverlies? Is er wel ruimte voor een buffervat? Kan een warmtepomp tijdelijk naast de bestaande gasketel draaien? Moeten de radiatoren vervangen worden door modellen met een groter vermogen? Is koeling nodig en wat met zonwering en ventilatie? Enz.”
“Vandaag de dag ligt de last van die complexe puzzel bij woningeigenaars en belanden al deze complexe vraagstukken op het bord van verschillende installateurs. Maar die hebben daar de tijd en de capaciteit simpelweg niet voor, noch het overzicht. Zeker niet als men scherp moet offreren om concurrentieel te blijven. Installateurs die het wel goed willen doen, worden nu eigenlijk gestraft. Ze steken uren tijd in een grondige, kwalitatieve offerte die vaak niet wordt geapprecieerd of vergoed, puur omdat hun prijskaartje hoger uitvalt. Dat moet veranderen. Mochten gebouweigenaars vooraf onafhankelijk en goed geïnformeerd zijn, dan zouden ze tenminste appels met appels kunnen vergelijken en de juiste keuzes maken voor de lange termijn.”
Kan het elektriciteitsnet de uitrol van warmtepompen aan?
“Ja hoor, warmtepompen hebben maar een beperkt elektrisch vermogen nodig. In een redelijk gerenoveerde stadswoning is dat zo'n 2 à 3 kW, vergelijkbaar met een strijkijzer. Als je de frietketel aanzet, verbruik je evenveel stroom als de warmtepomp nodig heeft om je hele huis te verwarmen. Ik begrijp best dat installateurs die geregeld een model van 20 kW moeten plaatsen in grote, vrijstaande villa’s even moeten slikken. Maar dat soort woningen vormt gelukkig niet 90% van ons gebouwenbestand.”