Concreet plan voor een toekomstbestendig hoogspanningsnet op tafel
Elia lanceert plan om ons hoogspanningsnet klaar te maken voor de toekomst
De elektriciteitsbehoefte van gezinnen en bedrijven groeit, maar hoe zorgen we ervoor dat ook het Belgisch hoogspanningsnet die groei aankan? En dat het net meer hernieuwbare energie kan integreren en een betrouwbare bevoorrading blijft garanderen? Met het Federaal Ontwikkelingsplan 2028-2038 wil netbeheerder Elia een antwoord bieden op deze vragen en het net klaarstomen voor de toekomst.
Gap tussen verbruik en productie blijft grote uitdaging
Elia is netbeheerder van het Belgisch hoogspanningsnet (30 kV tot 380 kV) en beheert de grote masten en ondergrondse transportkabels. Rechtstreekse klanten van Elia zijn elektriciteitscentrales, windparken en zeer grote industrie.
“De lat voor ons elektriciteitsnet wordt alsmaar hoger gelegd”, zegt James Matthys-Donnadieu, Chief Customers, Markets & System Officer bij Elia. “We willen CO2-arme elektriciteit, betaalbare stroom en minder afhankelijk zijn van energie uit het buitenland.” Maar tegelijk groeit de vraag naar elektriciteit sterk. “Doordat we steeds meer elektrisch rijden, verwarmen en produceren, stijgt de vraag. Maar ook de digitalisering en de opkomst van AI en datacentra doen het verbruik toenemen.”
Dat weerspiegelt zich ook in de netaansluitingsaanvragen. “In 2025 werden 271 aansluitingsstudies aangevraagd voor het transmissienet, zes keer zoveel als in 2020. Voor de distributienetten ging het om 1.711 aanvragen die door Elia moesten worden nagekeken of ze geen netcongestie zouden veroorzaken. Dat zijn er vier keer zoveel als vijf jaar eerder”, aldus James Matthys-Donnadieu. “De elektrificatie is dus al duidelijk aan de gang”.
“Maar zelfs met de verwachte groei van zonne- en windenergie blijft er een groot verschil tussen de elektriciteit die we produceren en wat we nodig hebben”, aldus Joachim Goovaerts, Manager Development Plans & LT Portfolio. “Volgens onze inschattingen moeten we tegen 2035 jaarlijks nog 45 tot 70 terawattuur aan bijkomende elektriciteit vinden. Tegen 2050 loopt dat op tot 65 à 100 terawattuur.” Ter vergelijking: één terawattuur is één miljard kilowattuur. “Investeringen in ons net zijn dus noodzakelijk. We moeten er ten allen koste voor zorgen dat het licht blijft branden. Volgens berekeningen zou dit ons land 120 miljoen euro per uur kosten.”
Federaal Ontwikkelingsplan 2028-2038
“Om het Belgische elektriciteitssysteem voor te bereiden op de behoeften van morgen, hebben we daarom een plan uitgewerkt voor de periode 2028–2038”, zegt Joachim Goovaerts. “Dat plan steunt op vijf pijlers.”
1. Meer halen uit het bestaande net
“Vooraleer we overgaan tot het bouwen van nieuwe infrastructuur, zoeken we altijd eerst naar mogelijkheden om het potentieel van het bestaande net nog verder te benutten”, zegt Joachim Goovaerts. “Met hoogperformantiegeleiders (type HTLS), dwarsregeltransformatoren en realtime-monitoringsystemen zoals het plaatsen van Dynamic Line Rating modules op bestaande assen, trachten we het bestaande net te optimaliseren en het beschikbare vermogen te verhogen zonder dat er nieuwe verbindingen voor nodig zijn. Daarnaast zetten we ook in op flexibiliteit door bijvoorbeeld energie op te slaan en vraagresponsmechanismen in te bouwen.”
2. Het hoogspanningsnet versterken
Het bestaande hoogspanningsnet bestaat uit meer dan 8.903 km hoogspanningslijnen en kabels (on- en offshore samen).
“Het 380 kV-net vormt de ruggengraat van het Belgische elektriciteitssysteem. Het zijn de grote autosnelwegen van ons elektriciteitsnet”, zegt James Matthys-Donnadieu. “Het verbindt grote verbruikscentra, industriële zones en productie-installaties met elkaar en met onze buurlanden. We willen die ruggengraat verder uitbouwen tot een net met drie sterke, gesloten lussen. Ventilus en Boucle-du-Hainaut blijven daarbij essentieel voor de energietoekomst van ons land. Daarnaast zullen we ook de bestaande assen versterken. Zo plannen we om de geleiders te vervangen door meer performante geleiders waarmee we de capaciteit van de assen kunnen verdubbelen. Deze investeringen werden al in vorige plannen goedgekeurd.”
“Met dit plan wensen we de goedkeuring te vragen voor investeringen in industriële regio’s waar we de belasting zien stijgen in de komende jaren: namelijk in het oosten van Henegouwen, de Antwerpse en Gentse haven, Luik en de provincie Luxemburg. Ook het onderstation Gramme, een van de belangrijkste knooppunten van het Belgische net, vraagt een volledige vernieuwing.”
3. De lokale netten uitbreiden
Een derde pijler is de versterking van de verbindingen op 70, 150 en 220 kV. “Je kunt het vergelijken met een wegennet: het 380 kV-net zijn de autosnelwegen, het verticale net zijn de toegangswegen naar de regio’s”, aldus Joachim Goovaerts. “Meer capaciteit op de autosnelweg helpt pas als ook die toegangswegen voldoende ruimte bieden.”
“We zullen heel wat materiaal moeten investeren in die regionale transmissienetten. Gaande van transformatoren tot nieuwe kabels. Er staan twee maal zo veel projecten op de agenda in vergelijking met het vorige Federaal Ontwikkelingsplan.”
4. De verbindingen met het buitenland verder ontwikkelen
“Door de elektriciteitsverbindingen met onze buurlanden uit te breiden en te versterken, kunnen we de goedkoopste elektriciteit, waar die zich ook in Europa bevindt, naar België transporteren”, zegt James Matthys-Donnadieu. “Als er veel wind is in Duitsland bijvoorbeeld, kunnen we via onze interconnector met Duitsland koolstofarme, goedkope elektriciteit invoeren.”
“Hoe meer interconnectoren we hebben, hoe meer we indien nodig kunnen rekenen op de hulp van onze buurlanden. Het vorige Federaal Ontwikkelingsplan 2024–2034 voorzag al in een versterking van de verbinding met Frankrijk via de as Lonny–Achêne–Gramme en in de hybride verbinding Nautilus met het Verenigd Koninkrijk. Door de sterk gestegen kosten werd Nautilus echter gepauzeerd en werd de omvang van het project herbekeken. Deze scope-herziening levert een besparing van 2 miljard euro op en ligt nu opnieuw op de regeringstafel in de hoop dit project verder te kunnen zetten.”
Het nieuwe Federaal Ontwikkelingsplan 2028–2038 voegt daar één versterkingsproject met Nederland aan toe. We willen de capaciteit van de bestaande verbinding Van Eyck–Maasbracht verhogen met hoogperformante elektriciteitsdraden en transformatoren die de stroomverdeling helpen sturen.”
5. Het net stabiel en betrouwbaar houden
“Naarmate het energiesysteem verandert, moet het net ook stabiel blijven functioneren. Daarom investeert Elia in oplossingen voor spanningsregeling, netstabiliteit en veerkrachtig systeembeheer. Zo zorgen we ervoor dat elektriciteit ook in de toekomst veilig, betrouwbaar en continu beschikbaar blijft”, aldus Joachim Goovaerts.
“Die stabiliteit garanderen, wordt echter een steeds uitdagendere opdracht. Hernieuwbare energiebronnen zijn variabeler, minder voorspelbaar en wijzigen het beheer van het elektriciteitssysteem aanzienlijk. Door investeringen aan de netinfrastructuur, door bv. de installatie van shunt reactors die toelaten om de spanning lokaal te beheren, kunnen we een hoog stabiliteitsniveau behouden.”
Kritische blik op nieuwe plan altijd welkom
“Onze verantwoordelijkheid is niet om het grootst mogelijke net te bouwen, maar om tijdig de infrastructuur te ontwikkelen die ons land nodig heeft”, aldus Frédéric Dunon, CEO Elia Transmission Belgium. “Niet meer, maar ook niet minder. We leggen ons plan en onze voorstellen daarom voor aan de samenleving en nodigen burgers, bedrijven, overheden, sectorfederaties en andere belanghebbenden uit om hierover in dialoog te gaan.” Reageren op het voorstel kan tot en met 14 december 2026.