“Architectuur die werkt”
Oskar architecten bouwt aan helderheid, menselijkheid en vakdurf
Oskar architecten is geen bureau dat toevallig groeide, maar één dat zichzelf telkens opnieuw uitvindt. Wie projecten van Oskar bekijkt, ziet geen bravoure maar een radicale keuze voor menselijkheid, helderheid en durf. Achter elke lijn, elke ruimte en elke beslissing schuilt een visie die verder reikt dan architectuur alleen. Wie met Oskar spreekt, voelt meteen: hier wordt anders gedacht, anders gewerkt, anders gebouwd.
Een bureau dat zichzelf durft heruitvinden
Een architectenbureau dat zijn eigen oprichters een houdbaarheidsdatum gaf: dat is Oskar ten voeten uit. Het bureau ontstond in 2015, maar draagt een veel langere geschiedenis mee. De wortels liggen in 1986, toen Leuwers, Maes en Michiels een bureau oprichtten. Dat evolueerde later naar L3M. Rond 2012 diende zich de vraag naar overdracht en verjonging aan. Het team van toen, twaalf medewerkers sterk en actief in de zorgsector, kreeg met de komst van Ann Vermoesen en Nicolas Ramaekers de aanzet tot een nieuwe generatie. Samen met de vier oorspronkelijke vennoten werd Oskar opgericht, met de afspraak dat zij nog tien jaar zouden aanblijven om expertise en netwerk te verankeren.
Twee domeinen, één stabiele koers
Elf jaar later is Oskar een multidisciplinair bureau van een dertigtal medewerkers: architecten, bouwkundigen, interieurarchitecten, landschapsontwerpers en BIM-specialisten. Tussen 2018 en 2022 traden drie nieuwe vennoten toe: Adriaan Vanhaeren, Egon Leuwers en Jelke Benoot. “Die groei ging gepaard met een duidelijke herpositionering,” opent Nicolas Ramaekers. “We kozen bewust voor specialisatie in twee domeinen. Binnen de publieke sector focussen we op plekken waar kinderen en jongvolwassenen opgroeien en leren: scholen, kinderopvang, hogescholen, internaten en sportinfrastructuur. In de private sector richten we ons op complexe herbestemmingen, binnenstedelijke projecten en vernieuwende woonconcepten, van betaalbaar wonen tot grootschalige bouwprogramma's. Die dualiteit geeft stabiliteit in een conjunctuurgevoelige sector.” Onder de rebranding ligt één rode draad: de mens centraal, gebruiker én medewerker. Oskar gelooft dat een gezonde werkomgeving tot betere projecten leidt, en dat architectuur geen showelement is, maar een antwoord op echte noden.
Luisteren als ontwerpprincipe
Dat geloof komt sterk tot uiting in de visie van het ontwerpteam: architectuur moet goed functioneren. “Dat vereist dat we als ontwerpers heel goed kunnen lezen en begrijpen wat de gebruikers willen. Dat lijkt evident, maar ik zie wel eens voorbeelden waarbij ik het gevoel krijg dat de ontwerper eerder voor een esthetisch dan een functioneel verhaal koos. Voor ons is esthetiek ook belangrijk, maar het is nooit de enige drager van een ontwerp. Een gebouw is vooral bedoeld om goed in te werken of te wonen. Dat maakt dat we sterk zijn in het ontwikkelen van nieuwe leerlandschappen of nieuwe woon- of werkmodellen. We gaan daarvoor heel sterk in dialoog met de bouwheer. Liever dan ons als dé specialisten te manifesteren, gaan we luisteren naar hoe de opdrachtgever werkt, wat hij verwacht, welke gebruikservaringen hij heeft, … Uit de kennis die we zo ophalen, groeit een ontwerp”, vertelt Nicolas Ramaekers.
"Als architect moeten we de toenemende complexiteit van ons vak vertalen naar iets wat iedereen begrijpt"
Voorbij de Chinese muur
Al is het in dialoog gaan niet altijd vanzelfsprekend, bijvoorbeeld in wedstrijdaanbestedingen met een Chinese muur tussen ontwerpers en opdrachtgever. “Dan komt het erop aan ons beste shot te geven om de opdrachtgever te overtuigen van onze visie. Maar zo’n wedstrijdontwerp is nooit het eindproduct. Na de eenzijdige fase gaan we alsnog in dialoog. We zijn dan stedenbouwkundig en ruimtelijk wel al een weg ingeslagen, maar merken dat aan de vorm en interne indeling nog hard gesleuteld kan worden. In die gesprekken voel je pas aan waar de échte prioriteiten van de bouwheer liggen. Dat leid je zelden eenduidig af uit het bestek", stelt Nicolas Ramaekers.
Complexiteit ontwarren
Naast het creëren van ruimte voor dialoog ziet Nicolas Ramaekers nog een andere uitdaging in de rol van architect: “De job wordt elk jaar complexer. Onze rol bestaat erin die complexiteit te doorklieven en te vertalen naar iets wat iedereen begrijpt. We moeten weten welke onderwerpen wanneer besproken moeten worden, het overzicht bewaren en in duidelijke taal communiceren. Het ontwerp is daarbij een krachtig instrument. Het maakt complexe regelgeving en technische eisen begrijpelijk, zonder dat alle details aan tafel moeten komen. Dat is essentieel om de dialoog open te houden. Anders dreigt de bouwheer af te haken.”
Die dialoog is vandaag breder dan ooit. Bouwteams worden groter en de expertises diverser. Volgens Nicolas Ramaekers is dat geen bedreiging, maar een noodzakelijke evolutie. “Vroeger was bouwen veel eenzijdiger. Vandaag gaat het over kennis delen, openstaan voor andere inzichten en tegelijk je eigen rol niet verliezen. De architect blijft de spil omdat hij het totaalproject overziet, zelfs wanneer contractueel iemand anders de lead heeft.”
“Veel opdrachtgevers beseffen niet hoeveel werk een ontwerp vraagt”
Duurzaamheid als leerkader
Oskar pleit voor vroegtijdige betrokkenheid van alle technische partners. Niet als luxe, maar als voorwaarde voor kwaliteit. “Het kan vandaag niet anders omwille van de hoge complexiteit van de ontwerpen. Een technische school of kunstschool vereist specifieke technieken die een impact hebben op het ontwerp. Daarom is het belangrijk dat stabiliteit en technieken vanaf de eerste dag meedenken. Maar ook voor een recht-toe-recht-aan basisschool is dat even belangrijk. Zeker gezien de strakke budgetten is het systeemdenken belangrijk”, aldus Nicolas Ramaekers.
De ontwerpers zoeken vanuit die insteek ook maximaal naar passieve strategieën om het gebouwklimaat te beheersen. “Niet alleen om budgettaire redenen, maar ook met het oog op de planeet. Bovendien geven we de leerlingen zo een kader om zich duurzaamheidsmaatregelen eigen te maken. Dat kan voor sommigen een springplank zijn om er innovatief over te denken en betere oplossingen te verzinnen”, hoopt Nicolas Ramaekers.
Naar een eerlijke wedstrijdcultuur
Oskar werkt graag in bouwteams, maar Nicolas Ramaekers durft ook de spanningen benoemen. “Design & build is boeiend omdat specialisten vroeg mee aan tafel zitten. Je krijgt betere budgetbeheersing en vaak zelfs hogere architecturale kwaliteit. Tegelijk zijn complexe opdrachten soms moeilijk in een klassiek D&B-kader. PPS-projecten zijn ook al eens frustrerend omwille van de gigantische kost voor het bouwteam, terwijl de wedstrijdvergoedingen peanuts blijven. Dat is vooral het geval wanneer de opdrachtgever dan tijdens of op het einde van het aanbestedingstraject aangeeft dat hij het project stopt omdat zijn budget niet toereikend is of hij het project verkeerd had ingeschat.”
De ontwerper ziet wel een beperkte evolutie in de Vlaamse wedstrijdcultuur. “Ik zie minder eentrapsprocedures, maar de gevraagde output blijft te hoog. Veel opdrachtgevers beseffen niet hoeveel werk een ontwerp vraagt. Daarom zet ik me binnen NAV in om die cultuur te hervormen. We moeten naar realistische vergoedingen en duidelijke verwachtingen.”
Circulariteit als ontwerphouding
Circulariteit is voor Oskar geen modewoord, maar een ontwerphouding. “Duurzaam bouwen is ons uitgangspunt, circulariteit maakt daar deel van uit. In een project als Zavelberg zijn we daarin ver gegaan. Samen met de aannemer zijn we materialen gaan minen om te verwerken in het project. Er zijn echter nog heel wat uitdagingen aan circulair bouwen. De logistiek, bijvoorbeeld, net als de attestering en aansprakelijkheid. De regelgeving biedt daar weinig speelruimte. Toch zien we vooruitgang: hubs voor circulaire materialen, terugnameprogramma’s van fabrikanten, as-a-service-modellen. De sleutel blijft een robuuste basisstructuur die flexibel kan meegroeien", stelt Nicolas Ramaekers.
Nieuw leven voor bestaande sites
Die flexibele basisstructuur past Oskar niet alleen toe op nieuwbouw, maar evengoed op bestaande gebouwen en sites. Het bureau bouwde een sterke reputatie op in reconversie en binnenstedelijke transformatie. "Projecten zoals Eylenbosch tonen hoe je een iconische site nieuw leven kunt geven. Maar de maatschappelijke context wordt moeilijker: woningnood, vergrijzing, NIMBY, sociale media die negativiteit versterken, zelfs AI-manipulatie van beelden. Bouwen lijkt soms een slecht gegeven. Toch moeten we nieuwe woonmodellen ontwikkelen. Open ruimte staat onder druk, maar blijven uitsmeren is geen optie."
"Erfgoed is geen probleem, maar biedt net handvatten. De echte moeilijkheid is de tegenspraak in wetgeving"
Regelgeving blijft een uitdaging, maar niet noodzakelijk een rem. "“Erfgoed is geen probleem, maar biedt net handvatten. De echte moeilijkheid is de tegenspraak in wetgeving. Soms ondermijnt ze de stedenbouwkundige kwaliteit die ze zou moeten beschermen," besluit Nicolas Ramaekers.