naar top
Menu
Logo Print
Artikel - 26/10/2017

VEELGEMAAKTE FOUTEN BIJ HET AANBRENGEN VAN KRIMPKOUSEN

Verkeerde diameter kous meest voorkomende fout

Krimpkousen zijn voor u, als elektricien, dagelijkse kost. Het voorzien van een beschermende en isolerende laag rond kabels is namelijk een absolute noodzaak en als elektricien komt u er dan ook bijna dagelijks mee in contact. Het is echter niet zo vanzelfsprekend om een krimpkous aan te brengen.

VEELGEMAAKTE FOUTEN

Krimpkousen aanbrengen is op zich geen 'rocket science'. Uiteindelijk gaat het erom om de krimpkous aan te brengen over de kabel en om die krimpkous dan te verwarmen, zodat die smelt, krimpt en de draad op die manier kan beschermen. Toch worden nog steeds fouten gemaakt bij het aanbrengen van krimpkousen, en die zijn nogal moeilijk om uit de wereld te helpen. De meest voorkomende fout die men maakt bij krimpkousen is de verkeerde keuze van de diameter.

Een voorbeeld: een bepaalde krimpkous van 6 mm diameter zal (met een krimpvermogen van 3/1) krimpen tot 2 mm. Heel wat gebruikers gaan er echter van uit dat een kabel van 4 tot zelfs 5 mm relatief gemakkelijk in de krimpkous kan. Dat is fysiek ook mogelijk, maar het is zeker niet aan te raden: men houdt er namelijk geen rekening mee dat de wand van de krimpkous verdikt bij een optimale krimp. Die optimale krimp zorgt ook voor de eigenschappen die vermeld staat op de technische fiche. Als men die optimale krimp dus niet respecteert, zal de krimpkous ook niet de beschermende functie kunnen hebben zoals die op de technische fiche vermeld staat. Daarom stellen krimpkousfabrikanten dat de keuze van de diameter pas juist is wanneer 'een maximumkrimp bekomen kan worden'. Als we dan even teruggrijpen naar

het voorbeeld, dan kunnen we stellen dat de beste resultaten behaald kunnen worden als men gaat werken met kabels die 2,5 mm (tot max. 3,5 mm) dik zijn.

Geen eenheidsworst

Een andere veel voorkomende fout is de veronderstelling dat de meeste krimpkousen dezelfde eigenschappen hebben, en dat het dus niet uitmaakt welke soort krimpkous gebruikt wordt. Dat is overduidelijk verkeerd. Een dunwandige krimpkous zonder lijmlaag bijvoorbeeld heeft wel een isolerende functie, maar beschermt niet tegen vocht en water en is ook niet zo sterk als een dikwandige krimpkous.

Deze (dunwandige) krimpkous kan perfect gebruikt worden voor gebruik binnen, waar waterdichtheid of sterkte niet zo'n grote rol spelen. Wanneer er echter kracht verwacht wordt, komt de dunwandige krimpkous te kort en moet men gebruikmaken van bv. een dikwandige krimpkous.

Controleer bedrading

Een andere fout die (te) vaak begaan wordt, is dat gebruikers niet controleren of de bedrading wel in orde is. Als er bv. draadjes puntig naar boven uitsteken, dan kunnen die schade toebrengen aan de krimpkous; wanneer de krimpkous smelt (en krimpt), kunnen die uitstekende draadjes de krimpkous perforeren, met alle (nefaste) gevolgen van dien, bijvoorbeeld inzake waterdichtheid of sterkte bij het buigen van de kabel.

De juiste lengte

Wanneer men de krimpkous langs een kant bijsnijdt om de juiste lengte te bekomen, moet men ervoor zorgen dat men een mooi afgesneden uiteinde heeft. Anders kan er bij het smelten een inscheuring aan het uiteinde van de krimpkous ontstaan.

Begin (niet) bij het begin

Een laatste veelgemaakte fout is dat de gebruiker begint te smelten bij het begin (een uiteinde van de krimpkous). Dat is geen goede werkwijze: het is beter om te starten in het midden van de krimpkous, omdat de spreiding en krimping zo gelijkmatiger en dus beter verlopen.